Introductie

Verschillende onderdelen zijn belangrijk voor het paard om zich goed te kunnen ontwikkelen als atleet. Ook recreatie paarden moeten fysiek gezond zijn. Een paard overleefd met zijn lichaam, hij is een vluchtdier. Een goede fysieke conditie is dus voor hem een levensbelang.

Om meer te leren over de houding, bouw en beweging van een paard is het belangrijk om te weten hoe een paard in elkaar zit. Daarnaast is dit ook belangrijk in de training zodat je je paard beter kunt begrijpen en je training effectiever kunt maken. De basis kennis kan je helpen problemen vroegtijdig te herkennen waardoor je blessures kunt voorkomen en je leert begrijpen hoe je het paard beïnvloed in het werk. Daarnaast heeft de fysieke gezondheid van het paard ook veel invloed op het gedrag.

Skelet

In dit hoofdstuk gaan we het hebben over de anatomie van het skelet van het paard en de verschillende type botten.  Kennis van het skelet is heel nuttig bij de beweging van een paard en kan je helpen bij het herkennen van kreupelheden.

De functies van het skelet:

  • Vormt een raamwerk waaraan andere lichaamsweefsels zich kunnen hechten. Het geeft steun en vorm aan het lichaam.
  • Werkt als een hefboom voor spieren, waardoor beweging mogelijk is.
  • Beschermd organen zoals de hersenen, ruggengraat, hart, longen, nieren/
  • Is een opslag plaats voor calcium en fosfor. De opslag van mineralen is constant in verandering. Dit verandert door voeding en fysiologische vraag. Botten die de benodigde mineralen missen worden poreus en zijn daarom minder sterk.
  • Produceert rode en witte bloedcellen in bepaalde botten
  • Vangt de steeds wisselende belasting op en houdt de calcium balans in het lichaam op peil

Het skelet van een paard bestaat uit ongeveer 210 beenderstukjes.

Deze zijn als volgt verdeeld:

  • 37 in de schedel
  • 2 takken van de onderkaak
  • 54 wervels (7 hals wervels , 18 borstwervels, 6 lendenwervels, 5 heiligbeenwervels die samen het sacrum vormen en 15 tot 21 staartwervels.
  • 36 ribben ( sommige rassen kunnen afwijken)
  • 1 borstbeen
  • 40 botjes in het voorbeen
  • 40 botjes in het achterbeen inclusief het bekken

Wervel kolom

De wervel kolom heeft een bijzonder komplexe structuur. De wervel kolom bestaat uit botten,banden,spieren en zenuwen. De wervel kolom bestaat uit ongeveer 200 gewrichten.  De bewegelijkheid is per wervel verschillend, maar samen is de bewegelijkheid groot. Daarom is het belangrijk dat er geen blokkades zitten die de beweging beperken. Beweging is noodzakelijk voor in takt bewegen, hindernissen springen en al het andere werk wat wij met paarden willen doen. De banden houden de wervels bij elkaar en vanaf de 2de hals wervel zijn de wervels verbonden met elkaar door middel van een tussenwervelschijf of ook wel een discus genoemd.

De functie van de wervel kolom:

  • Ondersteuning houdingsspieren
  • Aansluitpunt voor vele spieren
  • Bescherming ruggenmerg
  • Bescherming van inwendige organen
  • De ruggenmerg behoort tot het centraal zenuwstelsel en verzorgt de neurologische communicatie tussen de hersenen en de rest van het lichaam

Hals wervels

Een paard heeft 7 halswervels. Deze krijgen het voorvoegsel C van cervicaal. De eerste twee wervels van de hals hebben de meeste variatie van vorm. Dit zijn unieke wervels die zorg dragen voor de beweging van het hoofd. Deze twee wervels noem je de atlas en de draaier.

De atlas (C1) is de eerste hals wervel. Deze zorgt voor het dragen van het hoofd en maakt een ‘Ja’ beweging. Er is een beweging mogelijk van ongeveer 90 graden. Deze wervel buigt ongeveer 45 graden zijwaarts.

De draaier is ook uniek van vorm net als C1 (de atlas). Dit is de langste halswervel. De draaier of ook wel C2 maakt een beweging van 15 graden op en neer maar heeft een minimale laterale (zijwaartse) buiging. De atlas kan over de draaier roteren waarbij een rotatie mogelijk is van ongeveer 110 graden.

Twee opeenvolgende wervels staan met elkaar in verbinding via 3 gewrichten. Boven aan vinden we links en rechts twee kleinere gewrichtjes terug die we ook wel facet gewrichten noemen.

Borstwervels

De borstwervels noemen we de thoracale wervels. Daarom worden deze 18 (soms 17 of 19) wervels T1 t/m 18 genoemd.  Aan deze borstwervels zijn de ribben bevestigd. Elke wervel heeft aan beide kanten een rib.

De eerste wervel (T1) vormt de verbinding tussen hals en borstwervel en is uniek van vorm. De eerste rib zit vast aan de voorkant van T1. Elke thoracale wervel heeft 2 kleine gewrichtjes die met de ribben een gewricht vormen. Aan de bovenzijde van het wervellichaam bevind zich een spinaaluitsteeksel. Deze spinaaluitsteeksels worden hoger naarmate we verder naar achter opschuiven. Het hoogste punt zit ongeveer op t6, daarna worden ze kleiner. Het zijn de spinaaluitsteeksels die de schoft vormen en op de hoogste spinaaluitsteeksel word dus de schoft gemeten.

Lendenwervels

Na de thoracale wervels volgen de lumbale wervels. Dit worden ook wel de lendenwervels genoemd. Deze hebben geen ribben meer, maar wel transversale uitsteeksels. De lumbale wervels worden aangegeven met een L (L1 tot L6).

Sacrum

Het sacrum of ook wel het heiligbeen is de samensmelting van 5 sacrale wervels en vormt dus 1 stuk bot. Het SI gewricht is de verbinding tussen het sacrum en het illium. Het illium is een onderdeel van de heup. Het gewricht is anders opgebouwd dan de meeste gewrichten omdat hier geen gewrichtsvloeistof en kraakbeen aanwezig is.